Het hoofdvenster

	Het grootste deel van dit venster toont (eventueel een stuk van) de
	constructie. Je kan dit zicht verplaatsen met de pijltjestoetsen of
	door het menu te gebruiken. In- of uitzoomen kan met +/- (of -zoals
	altijd- via het menu).
	
	Boven de constructie vind je de werktuigenlijst. Als je met de muis
	blijft stilstaan boven een icoontje, krijg je een korte omschrijving. 
	De onderste rij iconen toont de constructiewerktuigen (punt,
	lijnstuk, middelpunt, ...). De bovenste rij bevat standaardinstellingen
	en instellingen voor het tekenen. Eventueel kan je deze werktuigenlijst
	beperken tot 1 rij.
	
	Onder de constructie is er een vakje waar je belangrijke informatie
	kan lezen. In de niet-visuele (beschrijvende) modus wordt dit vak 
	vervangen door een invoervak.
	
	Meer mogelijkheden (zoals het opslaan en openen van een bestand)
	vind je in het menu.


De werktuigenlijst aanpassen

	Kies in het menu "Opties->Wijzig werktuigenlijst". Je kan elk icoon
	apart (de)selecteren door erop te klikken. Je kan ook aangeven dat
	de iconen in 1 rij moeten getoond worden. De werktuigenlijst bevat 
	dan enkel de voornaamste werktuigen.
	
	Je kan de werktuigenlijst ook onder de constructie zetten (door het
	vinkje af te zetten bij "Opties->Voorkeuren->Werktuigenlijst
	boven constructie").
	
	Werktuigen die niet meer voorkomen in de werktuigenlijst (omdat je
	de iconen ervan niet meer laat zien) kan je nog wel gebruiken via
	de sneltoetsen of via het menu.
	
	
Beperkte schoolmodus

	In deze modus kan de gebruiker alleen die werktuigen gebruiken die
	daadwerkelijk in de werktuigenlijst als iconen zichtbaar zijn. Dit
	geldt zowel voor de visuele als voor de beschrijvende modus en ook voor
	het tonen van verborgen voorwerpen en het gebruik van macro's. Meer info
	vind je in de HTML helppagina's.


De muis

	De linkermuisknop gebruik je om een voorwerp aan te maken (met
	behulp van het geselecteerde werktuig). Een voorbeeld: als het 
	'puntgereedschap' geselecteerd is in de werktuigenlijst, zie je
	onderaan (in het statusvak) dat je een punt kunt aanmaken.
	
	Veel werktuigen verwachten dat je andere voorwerpen selecteert.
	Zo kan je bvb. een lijnstuk construeren door twee punten te
	selecteren. Als je het eerste punt geselecteerd hebt wordt het
	rood, en lees je in het statusvak dat je verondersteld wordt een 
	tweede punt te selecteren. Om een lijnstuk, rechte, cirkel,.. te
	selecteren kan je gelijk waar erop klikken.
	
	Als je keuze niet uniek kan bepaald worden (bvb. omdat er 
	verschillende voorwerpen op elkaar liggen), krijg je een lijst 
	met mogelijke voorwerpen te zien. Je kan dan hieruit een voorwerp
	kiezen door het te dubbelklikken, of door het aan te klikken en dan
	op de knop te duwen. Het kan zelfs met het toetsenbord. In deze lijst
	worden punten in het zwart, lijnen in het rood, cirkels in het blauw 
	en andere voorwerpen in het groen getoond. Als de optie "lange
	voorwerpnamen" actief is, is het gemakkelijker om de verschillende
	types voorwerpen te herkennen. Als er enkel korte namen worden
	getoond, is enkel de eerste letter in de lijst verschillend, en
	wordt het bijgevolg wat moeilijker om de verschillende types uit
	elkaar te houden.
	
	Belangrijk om weten is dat het programma automatisch een punt
	zal aanmaken als het verwacht dat je op een punt klikt maar
	je klikt op een vrij gebied. Analoog wordt er een snijpunt
	aangemaakt als je op de intersectie van twee voorwerpen klikt.
	Er is een speciale optie om het andere snijpunt in dit geval te
	verbergen. Deze optie staat standaard aan.
		
	Als je de 'Shift' toets ingedrukt houdt als je een cirkel, lijnstuk
	of een hoek construeert, veronderstelt het programma dat het voorwerp
	vast is en krijg je een dialoogvenstertje. Je kan dan een vaste
	waarde ingeven voor het voorwerp, of je kan het dialoogvenster
	sluiten waardoor je de huidige waarde als vaste waarde kiest.
	
	De rechtermuisknop (opm: op Mac wordt dit muisknop + 'appeltje' toets)
	wordt gebruikt om punten te bewegen (als alternatief voor het 
	'beweeg' gereedschap), om labels van voorwerpen te bewegen, of
	om het dialoogvenstertje met de voorwerpinstellingen te openen.
	Als je rechtsklikt op een label zonder het te bewegen, springt het
	naar zijn eerste (default) positie.
	
	De 'Control' toets kan je gebruiken als alternatief voor het
	'verberg' werktuig. Cirkels en rechten worden eerst gedeeltelijk
	zichtbaar en vervolgens verborgen.
	
	
Het toetsenbord
	
	Elk werktuig heeft een sneltoets. Je vindt deze in het menu. Enkele
	voorbeelden: 'p'= puntwerktuig selecteren, 'l'= lijnstukwerktuig,
	'c'= cirkelwerktuig, ... Bemerk dat het statusvakje onderaan steeds
	een andere tekst zal tonen voor elke toets die je indrukt.	
